De rechtsverhouding tussen de aandeelhouder en zijn B.V.
In Nederland is het aangaan van rechtsverhoudingen over het algemeen vormvrij. Het is vrijwel nooit noodzakelijk om een rechtsverhouding schriftelijk vast te leggen. Dit laat uiteraard onverlet dat het in heel veel gevallen wel is aan te raden om de rechtsverhouding en de rechten en verplichtingen daaromtrent schriftelijk vast te leggen.
Een uitzondering op deze algemene regel is opgenomen in artikel 2:247 van het Burgerlijk Wetboek. Dit wetsartikel gaat over de B.V. met maar 1 aandeelhouder. Op grond van dit wetsartikel zijn de B.V. en de aandeelhouder verplicht om alle rechtsverhoudingen tussen elkaar schriftelijk vast te leggen. Hierbij kunt u denken aan een arbeidsverhouding, pensioenrechten, geldleningen, borgstellingen, managementverhoudingen en dergelijke.
Het niet schriftelijk vastleggen van de rechtsverhoudingen tussen de aandeelhouder en de B.V. kan met name in geval van faillissement van de B.V. vervelende gevolgen hebben. Zijn er derhalve nog rechtsverhoudingen tussen u en uw B.V. die nog niet schriftelijk zijn vastgelegd, legt u deze rechtsverhouding dan alsnog schriftelijk vast. Zo voorkomt u mogelijke problemen in de toekomst.
